Wet gelijke behandeling

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) regelt de gelijke behandeling van gehandicapten en chronisch zieken. Het is verboden om direct en indirect onderscheid te maken op deze discriminatiegrond. De wet geldt op het gebied van wonen, de arbeidsmarkt en het onderwijs.

Direct onderscheid betekent rechtstreeks discrimineren. Bijvoorbeeld als een werknemer geen promotie krijgt, enkel en alleen omdat hij of zij een beperking heeft.

Bij indirect onderscheid lijkt het alsof iemand niet vanwege een beperking of ziekte wordt benadeeld, maar in de praktijk komt het er toch op neer. Bijvoorbeeld als een bedrijf een verbod heeft om honden mee te nemen naar het werk. Met deze maatregel wordt indirect onderscheid gemaakt, want het bedrijf is dan niet toegankelijk voor werknemers met een blindengeleidehond.

Uitzonderingen
In een paar situaties mag wel onderscheid worden gemaakt. Er moet dan wel worden aangetoond dat het onderscheid niets te maken heeft met discriminatie en dat het onderscheid noodzakelijk is. Het gaat om de volgende situaties:

  • risico's voor de gezondheid en veiligheid van de persoon zelf en van anderen
  • mensen met beperkingen die speciale voorzieningen nodig hebben om te kunnen functioneren in de maatschappij, zoals een speciale parkeerplaats of een re-integratievoorziening
  • positieve actie die nodig is om een achterstand in te lopen. Zo mag een werkgever voorkeur geven aan een gehandicapte om iets te doen aan de achterstand van deze groep op de arbeidsmarkt

Wonen
Verhuurders of verkopers mogen iemand geen woonruimte weigeren vanwege een beperking of chronische ziekte. Ook bestaat recht op immateriële aanpassingen, zoals de toestemming om een scootmobiel in het portiek te parkeren.
Materiële voorzieningen, zoals een traplift en andere bouwkundige of woontechnische aanpassingen, vallen niet onder de Wgbh/cz. Mensen met een beperking of chronische ziekte kunnen daarvoor gebruik maken van de Wmo, die door de gemeenten wordt uitgevoerd.

Onderwijs
De Wgbh/cz geldt voor het hele onderwijs. Iedere leerling of student in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, hoger onderwijs en beroepsonderwijs kan een beroep op de Wgbh/cz doen. De Wgbh/cz geldt voor publiek onderwijs en voor particulier onderwijs. Gelijke behandeling in het onderwijs betekent dat als een leerling of student met een beperking of chronische ziekte een aanpassing nodig heeft, de school die moet bieden. Bijvoorbeeld extra studietijd of een aanpassing van het gebouw.

De school hoeft pas iets aan te passen als een leerling of student dat aangeeft. De aanpassing moet geschikt zijn en noodzakelijk. Met geschikt wordt bedoeld dat de aanpassing inderdaad een belemmering wegneemt. Noodzakelijk wil zeggen dat hetzelfde doel niet op een andere manier kan worden bereikt. Maar de aanpassing mag geen onevenredige belasting voor de school zijn. De grootte en financiële draagkracht van de school spelen hierbij een rol.