1 januari 2026

Bij al mijn vragen en waaroms

Misschien herken je het. Je wordt ’s morgens wakker en zit meteen weer midden in de zorgen van het leven. Of alles gaat goed en je hebt niets te klagen, en dan opeens krijgen we te maken met tegenslagen.
Maar mogen wij eigenlijk wel de waaromvraag stellen? Is dat geen zonde? De catechismus zegt dat alle dingen niet bij geval, maar door Zijn vaderlijke hand ons toekomen. Tegelijk komen we in de Bijbel juist vaak de waaromvraag tegen. De stellen van die vraag is niet per definitie zonde, al is het wel een gevolg van de zondeval.

Wanneer Mozes en Aäron zijn geroepen, gaan ze naar de farao. Die weigert het volk te laten gaan en het volk begint Mozes’ roeping in twijfel te trekken (Exodus 5:21). Mozes weet het zelf ook niet meer: de HEERE heeft hem geroepen, maar het lijkt op niets uit te lopen. Hij brengt zijn nood bij de Heere (Exodus 5:22).
Wat is Gods doel? Dat de Heere Zijn heerlijkheid laat schitteren in de verlossing van Zijn volk. Dat ziet Mozes niet. En dat zien wij ook niet altijd als wij worstelen met onze waaromvragen.

Corrie ten Boom vergeleek Gods weg met een borduurwerk: wij zien de onderkant met losse draadjes, maar God ziet de bovenkant, een schitterende kroon. Zo onderwijst de Heere Mozes in Zijn leiding over farao, het volk Israël en Mozes zelf.

Willen wij met onze waaromvragen niet de mist ingaan, dan moeten wij bij Hem uitkomen. Hij laat ons niet met lege handen staan. En dat is het belangrijkste. Hij is het antwoord op onze vele, zo niet alle vragen.

Meer dan 350 jaar geleden dichtte Jacobus van Lodenstein: ‘Hoog, omhoog, mijn ziel naar boven! Hier beneden is het niet. ‘t Ware leven, lieven, loven. Is maar, waar men Jezus ziet.’ In deze zomer wensen wij je toe dat je juist in het gewone van elke dag iets mag proeven van het echte leven: het leven met Christus.

Tekst: Leo Kok

Facebook
Twitter
LinkedIn