Dementie

6 november 2018 werd in Goes de tweede bijeenkomst gehouden voor mantelzorgers van mensen met dementie. Het thema van deze avond was Dementie in de thuissituatie. Mevr. Janske Berghuis-Middelkoop, casemanager dementie in de Hoekse Waard sprak over dit onderwerp.

Tijdens de lezing zijn we meegenomen in de leefwereld van mensen met dementie en hun mantelzorgers. Als mantelzorgers hebben we informatie en tips aangereikt gekregen waar we wat aan hebben! Wanneer is er sprake van dementie? Als er problemen zijn met het geheugen én minimaal 1 probleem op een van de gebieden die wij aangeleerd hebben na de geboorte, bijvoorbeeld: taal (zowel spraak als begrip), het herkennen van voorwerpen, aangeleerde handelingen, plannen/afspraken maken en communicatie. Signalen van dementie kúnnen zijn: vergeetachtigheid, problemen met dagelijkse handelingen, vergissingen met tijd en plaats, taalproblemen, kwijtraken van spullen, slecht beoordelingsvermogen, terugtrekken uit sociale activiteiten, veranderingen in gedrag en karakter, onrust en visuele problemen. Er zijn 5 vormen van dementie, waarvan de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende is. De spreker heeft ons uitgelegd hoe ons geheugen werkt en het verschil tussen ons korte- en lange termijn geheugen.

Een aantal tips: het is belangrijk om spullen die dagelijks gebruikt worden een vaste plaats te geven. Geen nieuwe spullen aanschaffen b.v. een waterkoker of koffiezetapparaat omdat de persoon met dementie daar niet meer mee kan leren omgaan. Ook is het belangrijk om zoveel mogelijk dezelfde dagindeling aan te houden. Door een dagje uit kunnen mensen met dementie lange tijd van slag zijn. Omdat dementerende mensen de wereld om zich heen niet meer begrijpen kunnen ze op bepaalde momenten agressie tonen. Wanneer iemand agressief gedrag laat zien; ga dan even bij hem vandaan en benader later opnieuw. Maak vriendelijk oogcontact, pak eventueel een hand vast. Wanneer dementerende mensen agressief reageren hebben wíj iets verkeerd gedaan… Janske zei daar direct achteraan dat het zeker niet persoonlijk bedoeld was!

Mensen met dementie kunnen heel onrustig worden wanneer ze iets schokkends gehoord hebben en de feiten niet hebben kunnen onthouden. Ze vergeten dan wát er gebeurd is maar weten nog wél dát er iets ergs is. De onrust kan zich uiten in maar blijven lopen of s’nachts uit bed gaan en iets blijven zoeken. Als de dementerende naaste niet meer praat, ga dan maar zingen! Bekende psalmen die ze in hun jeugd hebben geleerd kunnen ze, in het algemeen, lang meezingen. Je ziet dan vaak hun ogen oplichten: Dat kan ik ook! Je kunt het beste “in plaatjes praten”. Als je bijvoorbeeld wil vragen of hij de aardappelen wil schillen, laat dan de schilbak met aardappelen zien en stel de vraag.
Belangrijk voor de mantelzorger: door eerst goed voor jezelf te zorgen kun je beter voor de ander zorgen! Wanneer iemand hulp aanbiedt, accepteer die. Zoek contact met andere mantelzorgers. Neem tijd voor ontspanning, blijf b.v. de vereniging bezoeken. Ze gaf de raad om in een vroeg stadium de begeleiding van een casemanager te vragen. Er is vaak méér hulp, zorg en begeleiding mogelijk dan we weten.

Tijdens de groepsbespreking is er in een van de groepjes is er gesprokken over de communicatie met mensen met dementie, dit wordt afgekort met het woord: ‘PROP’

  • P = plaatsjes. Goed om je te realiseren welke plaatjes de ander in zijn hoofd heeft als we over dingen praten (voorbeeld: het toilet). 
  • R = rituelen. Vaste patronen geven duidelijkheid, structuur aan de mens met dementie. Het kan ons saai lijken (is natuurlijk iets wat uitgeprobeerd dient te worden) maar voor deze mensen is voorspelbaarheid veiligheid. 
  • O = oogcontact. Altijd belangrijk om – als we iets zeggen tegen de persoon met dementie – eerst de mensen aan te kijken – heb ik de aandacht – en dan de boodschap te brengen. Dit geeft duidelijkheid. Bijvoorbeeld niet achter iemand gaan staan en zeggen: ik ga even uw slab om doen. Dit kan een schrik reactie veroorzaken met alle gevolgen van dien. Ook een vriendelijke toon is uiteraard belangrijk. 
  • P = prikkels. Belangrijk om er op te letten dat iemand niet over prikkelt wordt maar ook onder prikkelt kan spelen. (Bij overprikkelen is de omgeving te druk, te onrustig, of wordt er teveel van de persoon in kwestie gevraagd. Andersom kan ook. Belangrijk om de goede balans te vinden).